Kamiel-van-de-piel_bg-1920x400.jpeg
Monument
Rowwen
(Christiaan) Hèze
Monument Rowwen(Christiaan) Hèze
Monument Rowwen(Christiaan) Hèze

Kamiel-van-de-piel_bg-1920x400.jpeg
Monument Rowwen(Christiaan) Hèze
Monument Rowwen(Christiaan) Hèze
Monument Rowwen(Christiaan) Hèze

Monument Rowwen(Christiaan) Hèze

De woonlocatie

In de periode dat Rowwen(Christiaan) Hèze hier in America woonde (1882-1929), grensde deze locatie aan de onontgonnen Peel. Hij woonde dus letterlijk aan de rand van de samenleving.

De Woning

In 1910 verzocht de in Venray gevestigde gezondheidscommissie de gemeente Horst de plaggenhut van Christiaan onbewoonbaar te verklaren. Omdat Christiaan de koopsom van honderdtwintig gulden nog niet aan de gemeente had betaald, voelde het gemeentebestuur er meer voor om de hut en de bijbehorende grond te verkopen.

Aan herhaalde verzoeken om dit voorstel te bespreken met burgemeester J. Houba en wethouder J. Drabbels gaf Christiaan geen gehoor. Wethouder Drabbels ontleende hieraan de indruk dat Christiaan zijn hut niet uit eigen beweging zou verlaten en de gemeente hem er dus uit zou moeten zetten. Drabbels toonde zich hier geen voorstander van en stelde de gemeenteraad voor het krot opnieuw in steen op te bouwen op voorwaarde dat Christiaan het in eigendom aan de gemeente zou overdragen. De gemeenteraad en ook Christiaan gingen hier in 1911 uiteindelijk mee akkoord, hoewel raadslid X. Thomeer meende dat als Hesen een nieuwe woning zou betrekken, het binnen de kortste keren weer van hetzelfde laken een pak zou zijn.

De toenmalig buurman: “Christiaan bewoonde aan de rand van de Peel een hut die was opgetrokken uit heideplaggen. Er zat geen deur aan, maar een jutezak die voor de deuropening hing. In de hut lag geen vloer, maar zwart zand. De hut was behangen met biljetten van 100.000 Reichsmarken die geen waarde meer hadden.”

Indicaties dat de deplorabele woonomstandigheden van Christiaan geen fictie waren, zijn er genoeg. De Nieuwe Venlosche Courant sprak over een 'getimmer' dat onbewoonbaar verklaard zou moeten worden. Raadslid G. van Daal meende stellig dat dit 'vol ongecijfer' zat.

De bouwvallige plaggenhut vormde hoe langer hoe meer een steen des aanstoots voor de gemeente Horst. De gemeente wist zich geen raad met de situatie. Het liefst wilde men Christiaan Hesen uit zijn hut zetten en hem een huis aanbieden midden in het dorp. Maar dat wilde de gemeenschap niet.

Uit het boek “Van 16 naar America”: Aan de Veenweg lag het café Tabor. Hier namen zaterdags de peelwerkers hun loon in ontvangst. Het was een planken gebouwtje en toen de eigenaar vertrok, is de woning in haar geheel verplaatst. Bijna de helft van de Americaanse mannen kwam eraan te pas om de woning over een lengte van 1500 meter te verplaatsen. Het gebouw werd opnieuw opgezet nabij de Zwarte Plak, zodat Rowwen Hèze eindelijk zijn plaggenhut kon verwisselen voor een planken woning. Zijn vroegere behuizing werd nu geitenstal.

Gelegen aan:

Peel-Heideroute, Fietsknoppunten, Knopenlopen Sevenum en CEZP route.

Ontwerp / Uitvoering:

Stichting CEZP

Dit monument is eigendom van:

Gemeente Horst aan de Maas
De woonlocatie van Rowwen Hèze

De woonlocatie

In de periode dat Rowwen(Christiaan) Hèze hier in America woonde (1882-1929), grensde deze locatie aan de onontgonnen Peel. Hij woonde dus letterlijk aan de rand van de samenleving.

De woonlocatie van Rowwen Hèze

De Woning

In 1910 verzocht de in Venray gevestigde gezondheidscommissie de gemeente Horst de plaggenhut van Christiaan onbewoonbaar te verklaren. Omdat Christiaan de koopsom van honderdtwintig gulden nog niet aan de gemeente had betaald, voelde het gemeentebestuur er meer voor om de hut en de bijbehorende grond te verkopen.

Aan herhaalde verzoeken om dit voorstel te bespreken met burgemeester J. Houba en wethouder J. Drabbels gaf Christiaan geen gehoor. Wethouder Drabbels ontleende hieraan de indruk dat Christiaan zijn hut niet uit eigen beweging zou verlaten en de gemeente hem er dus uit zou moeten zetten. Drabbels toonde zich hier geen voorstander van en stelde de gemeenteraad voor het krot opnieuw in steen op te bouwen op voorwaarde dat Christiaan het in eigendom aan de gemeente zou overdragen. De gemeenteraad en ook Christiaan gingen hier in 1911 uiteindelijk mee akkoord, hoewel raadslid X. Thomeer meende dat als Hesen een nieuwe woning zou betrekken, het binnen de kortste keren weer van hetzelfde laken een pak zou zijn.

De toenmalig buurman: “Christiaan bewoonde aan de rand van de Peel een hut die was opgetrokken uit heideplaggen. Er zat geen deur aan, maar een jutezak die voor de deuropening hing. In de hut lag geen vloer, maar zwart zand. De hut was behangen met biljetten van 100.000 Reichsmarken die geen waarde meer hadden.”

Indicaties dat de deplorabele woonomstandigheden van Christiaan geen fictie waren, zijn er genoeg. De Nieuwe Venlosche Courant sprak over een 'getimmer' dat onbewoonbaar verklaard zou moeten worden. Raadslid G. van Daal meende stellig dat dit 'vol ongecijfer' zat.

De bouwvallige plaggenhut vormde hoe langer hoe meer een steen des aanstoots voor de gemeente Horst. De gemeente wist zich geen raad met de situatie. Het liefst wilde men Christiaan Hesen uit zijn hut zetten en hem een huis aanbieden midden in het dorp. Maar dat wilde de gemeenschap niet.

Uit het boek “Van 16 naar America”: Aan de Veenweg lag het café Tabor. Hier namen zaterdags de peelwerkers hun loon in ontvangst. Het was een planken gebouwtje en toen de eigenaar vertrok, is de woning in haar geheel verplaatst. Bijna de helft van de Americaanse mannen kwam eraan te pas om de woning over een lengte van 1500 meter te verplaatsen. Het gebouw werd opnieuw opgezet nabij de Zwarte Plak, zodat Rowwen Hèze eindelijk zijn plaggenhut kon verwisselen voor een planken woning. Zijn vroegere behuizing werd nu geitenstal.

Gelegen aan:

Peel-Heideroute, Fietsknoppunten, Knopenlopen Sevenum en CEZP route.

Ontwerp / Uitvoering:

Stichting CEZP

Dit monument is eigendom van:

Gemeente Horst aan de Maas